Norm Chryst (59) is umpire in de ATP Tour. Tijdens de Ordina Open is de Amerikaan, afkomstig uit Arizona, een van de meest ervaren leiders op de scheidsrechtersstoel met bijna 25 jaar ervaring in het professionele tennis.
Hoe bent u begonnen als umpire?
“Ik startte als een lijnrechter in 1978. In 1983 werd ik een internationale official en chairumpire. Ik werkte toen naast mijn echte baan part-time voor de Men’s International Profes-sional Tennis Council (MIPTC, de voorloper van de ATP Tour) voor ongeveer twee tot drie weken per jaar. In 1992 stopte ik met mijn gewone werk. Ik belde de MIPTC of ze nog een plek voor mij hadden als umpire. Ze zette mij neer bij de kleinere Challengertoernooien, maar al na zes maanden kwamen ze naar mij toe en zeiden: ‘You are pretty good’ en mocht ik komen werken binnen de tour. Tot vandaag de dag ben ik in dienst van de ATP.”
Heeft u toen u in die tour terecht kwam ook aan grote toernooien mogen meedoen?
“Ik heb zes mannenfinales op de US Open gedaan. Volgende week ga ik naar mijn vierde Wimbledon en ik ben acht keer op de Australian Open aanwezig geweest als umpire.”
Geen Roland Garros?
“Nee, ik ben nooit naar Roland Garros geweest, want ik ben geen gravelumpire. Ik heb zelf gekozen om er niet heen te gaan. Het verschil tussen gravel en andere ondergronden is heel groot. Op gras, hard-court en tapijt maakt de chairumpire de beslissing. Op gravel hebben de spelers het recht te vragen of je van je stoel afkomt en te kijken naar de balafdruk. Hierdoor kunnen we meer ballen correct beslissen, maar de umpires hebben daarvoor wel een techniek nodig. Bij discutabele ballen moeten ze de goede afdruk zien en in de gaten houden, maar ook goed onthouden wat er daarna gebeurde om de goede beslissing uiteindelijk te maken. Is er een replay nodig of is het een punt? Ik kan dat, maar vind het wel moeilijk. Daarom vind ik mezelf geen goede gravelumpire.”
Op de US Open heeft u zes finales geleid. Is het daarom ook uw favoriete toernooi?
“Nee, eigenlijk is het juist mijn minst favoriete toernooi. Bij de US Open draait alles om entertainment en niet om tennis. Er wordt minder respect aan de umpires en spelers gegeven dan nodig is.”
Is dat op alle Amerikaanse toernooien of alleen de US Open?
“Dat is alleen de US Open. Het is een groot buitensporig evenement en het gaat om alles eromheen en veel te weinig om tennis.”
Is zo’n grote Grand Slam finale leiden ook het mooiste moment van u als umpire?
“Het meest mooie moment is toch dat ik in dienst ben van de ATP. Het is een erkenning dat ik een van de beste chairumpires ter wereld ben.”
Het beroep kan natuurlijk niet alleen mooi zijn. U moet ook moeilijke momenten meegemaakt hebben.
“Ik heb een aantal gênante momenten meegemaakt. Dat was als ik een fout maakte, die maak ik liever niet. Voor mij zijn de talen een lastig punt. We doen de stand in veel talen en ik wil de score dan nog wel eens verkeerd zeggen. Een keer leidde ik in een kwartfinalewedstrijd op de US Open in het heren dubbeltoernooi. Ik wist welke spelers er speelde en deed de introductie van de spelers vóór de wedstrijd. Ik stelde de spelers links van mij voor. Daarna rechts van mij. Ik keek naar hem en kon helemaal niet meer op zijn naam komen. Ik dacht: wie is dat?! De spelers keken mij een beetje raar aan. Dat was erg gênant.”
Met het nieuwe Hawk Eye-systeem kunnen alle fouten van de umpire en de lijnrechters worden blootgelegd. Voelt u zich daardoor bedreigd?
“Nee, ik denk juist dat het een heel goed systeem is. Ik ben vóór alles wat de beslissingen van de umpires eerlijker maakt. Als we nu de technologie hebben om na te gaan of de call correct was, vind ik dat we die moeten gebruiken. Ik heb beslissingen overruled, die werden door een speler gechallenged en het Hawk Eye-systeem liet zien dat ik fout zat. Dat is prima, want het is eerlijker voor de spelers. Bovendien is het goed voor de entertainment, want het publiek vind het fantastisch om op de schermen de bal te volgen en zien of de beslissing goed of fout was.”
Toch is het niet helemaal eerlijk, want het systeem is slechts op de belangrijkste banen geplaatst.
“Daar hebben we heel veel over gediscussieerd. En in principe is het ook niet eerlijk. Dat probleem hadden we ook met het Cyclops-systeem, waarmee een computer kon meten of een service in of uit was. Dit was net als het Hawk Eye ook alleen op de grote toernooien op het centre court aanwezig. De enige reden hiervoor is dat het heel erg duur is. Het is dus niet eerlijk voor de kleinere spelers, maar wij zeggen dan: verbeter je ranking, dan speel je vanzelf op het centre court. Veel spelers komen het Hawk Eye-systeem alleen tegen als ze in de eerste ronde loten tegen Roger Federer, en dan maakt het Hawk Eye-systeem ze eigenlijk niet meer uit. That’s life in the big city.”
Geschreven: Juni 2007